|
De tentoonstelling Riddersporen en Kloostermoppen geeft informatie over de interessante middeleeuwse historie van de Ridderlijke Duitsche Orde. Er is speciale aandacht voor het klooster van deze orde in Oudeschoot. Archeologische opgravingen hebben veel voorwerpen uit de periode 1200-1600 aan het licht gebracht. Tevens wordt er een korte film getoond over deze orde.
De Ridderlijke Duitsche Orde kent een lange en boeiende geschiedenis die begint in de tijd van de kruistochten. Ridders te paard trekken in 1187 als volgeling van de keizen van het Heilige Roomse Rijk , Frederik I Barbarossa op kruisvaart naar Palestina. De kruistocht strandt in de havenstad Acca. Daar volgt een tweejarige belegering. Volgens de overlingen werd er toen een veldhostpitaal ingericht waar de verzorging van de kruisvaarders ter hand wordt genomen. De ziekenzorg komt in handen van priesterbroeders, de strijd voor het geloof in handen van ridders. Deze priesters en ridders verenigen zich in een geestelijke broederschap waarin naar de geloften van kuisheid, armoede en gehorozaamheid wordt geleefd. Het is de derde geestelijke ridderorde naast de Orde van de Johanniters en de Templiers. Ter onderscheind van de andere ridders tooien de Duitse ridders zich met een zwart kruis op hun witte mantel.
In heel Noordwest Europa genieten de kruisvaartactiviteiten van de Orde veel aanzien. De Orde verdeelt zijn landerijen en bezittingen in 12 provincies, de zogenaamde Balijen. Eén daarvan is de Balije van Utredht met aan het hoofd een Landcommandeur. De Balije van utrecht bestaat uit 24 commanderijne, betaande uit één of meer huizen en meer of midner grondbezit. In Friesland bezat de Ridderlijke Duitsche Orde landerijen en kloosterbezit in Nes, Steenkerk en Oudeschoot. In de tentoonstelling wordt met name aandacht besteed aan de historie van de Ridderlijke Duitsche Orde en archeologische vondsten van het klooster te Oudeschoot. |