Boeken met ronkende titels en betoverende kaften. Boeken met ezelsoren, een geplette mug op bladzijde 93 en krabbels in de kantlijn. Boeken uit straatbibliotheken. Boeken om te houden, door te geven of alleen maar om naar te kijken. Ik heb ze allemaal. Ik lees hongerig zeven boeken tegelijk, soms meer. En blijf nieuwe kopen, ook als ik met mezelf afspreek om dat niet meer te doen. Bijna verslavend, ik weet het.
Reisgenoten zijn het voor me en deze in het bijzonder: Leven en werken in het ritme van de seizoenen van Jaap Voigt. Ik pak het er het hele jaar regelmatig bij om mezelf te herkalibreren, vooral wanneer ik weer eens doorgeslagen ben in het jachtige tempo van het leven. Het boek laat me weer voelen hoe ik onderdeel ben van een groter geheel dat haar eigen ritme heeft. Een ritme van groeien, bloeien, loslaten en … rusten.
Het boek legt een onderscheid uit tussen twee soorten seizoensindelingen: onze traditionele, gebaseerd op de stand van de zon, en de energetische, gebaseerd op de eeuwenoude Chinese kalender (I Tjing). Daarin begint elk seizoen ongeveer zes weken eerder. 21 December markeert het hoogtepunt van de winter, niet de start. Gevoelsmatig klopt dit voor mij veel meer.
Sinds ik dit boek heb, zijn mijn januarimaanden zo leeg mogelijk. Start ik niks nieuws op, doe het hoogstnoodzakelijke en krul me op de bank onder een dekentje, dampende kop thee binnen handbereik en rust uit. Alsof ik na een hele lange uitademing in dat niemandsland zit waar er even helemaal niks is en niks hoeft. Ja, alleen maar ontspannen. En wat mijmeren en lezen.
Tenminste, dat neem ik me elk jaar voor maar het mislukt ook welk jaar weer glansrijk. In week één staan al de nodige zakelijke afspraken ingepland, mijn popcornhoofd heeft alweer 135 nieuwe ideeën uitgebroed en voor ik het weet, dender ik weer al vanouds door.
Dus ja, ik heb inwendig gegniffeld toen Moeder Natuur in de eerste werkweek van januari besloot om een witte deken over heel Nederland heen te leggen. De sneeuw veegde mijn agenda net zo leeg als mijn buren onze straat. Met rode blossen van de vrieskou en een ontploft haardos van de wind, werd ik betoverd door de dansende sneeuwvlokjes in het licht van een lantaarns tijdens mijn wandelingen in de ochtend- en avondschemer. Ik glunderde naar elke voorbijganger en kreeg ogen met pretlichtjes terug. Mijn wereld werd even klein, beloopbaar klein.
Tussendoor smulde ik van mijn spliksplinternieuwe aanwinst: ‘Essentialisme – Tijd overhouden voor dingen die voor jou belangrijk zijn’ van Greg McKeown. Doelbewust leren kiezen voor die paar écht essentiële dingen (de ‘vital few’) en zoveel mogelijk de vele onbeduidende dingen (de ‘trivial many’) elimineren. Wat een timing.
Mijn vital view? Met een boek en gembersinaasappelthee kijken naar de eerste krokusjes.
Winter 2025/2026, eentje voor in de boeken.

