‘Niet kijken, maar Kjeld Nuis komt binnen’, fluister ik tegen mijn tafelgenoot. We zitten in koffiebar Stoker (voormalig Doppio) in Joure en er komt net een ploeg mannen in een groen/zwart fietstenue binnen. Natuurlijk kijkt mijn gesprekspartner veel te opzichtig en ik duik weg. ‘Kom, we gaan met ze op de foto!’ stelt hij enthousiast voor. ‘Nee, ben je gek!’ sis ik. Maar het is al te laat. Hij staat op, benadert de mannen en ik word gewenkt. Als een bakvis schurk ik mezelf tussen twee ploeggenoten van Kjeld in. Waar ik normaal gesproken niet zo snel om een praatje verlegen zit, komt er nu niet meer dan onsamenhangend gegniffel uit mij. Inclusief rode wangen, onhandig gefrunnik met mijn handen en het zweet in mijn knieholtes. No way dat ik naar rechts durf te kijken. Want daar zit hij. Mijn schaatsheld!
De dag daarna schrijf ik er een post over op LinkedIn. Uiteraard met dé foto erbij. Over hoe klein ik word wanneer er zo’n sportgrootheid zich op aanraakafstand van mij bevindt. Dat ik als volwassen vrouw nog steeds compleet starstruck ben. Velen herkenden dit gelukkig en daarmee was het voor mij wel klaar. Dacht ik.
De rendez-vous met Kjeld krijgt een vervolg! Kjeld schrijft vervolgens in een hilarische post dat hij mij – mij! – tegen was gekomen in Joure en niet durfde te vragen of ik met hem op de foto wilde. Starstruck. Hij, of all people! En zo ontstond op LinkedIn de prille digitale romance tussen Kjeld en mij (nou ja, tussen zijn marketingmanager en mij, maar vergeet dat vooral).
Het contrast had niet groter kunnen zijn. Hij, de meervoudig olympisch en wereldkampioen schaatsen. Eén passie. Volle focus. Duizend procent. Jaloersmakend vind ik dat. Want dat is precies waar ik zo lang naar gezocht heb en nooit heb kunnen vinden. Dat ene ding, die alles overstijgende passie, waarvoor de hele santenkraam moet wijken. Het lijkt me zalig, die duidelijkheid. Ik ken vooral het meanderende pad van zoveel dingen interessant vinden, tig afslagen nemen en op een plek uitkomen die ik van tevoren nooit had kunnen bedenken.
Lang heb ik mezelf hierom veroordeeld totdat ik de metafoor van de specht en de kolibrie ontdekte. De specht is gefocust op één specifiek ding. Zet door tot aan het gaatje zonder op of omkijken. En dan de kolibrie die al fladderend van bloem naar bloem haar nieuwsgierigheid volgt. Een veelzijdige kruisbestuiver. Toen wist ik het: ik ben een geboren kolibrie.
Laat ons beide maar vliegen, op onze eigen manier. Kjeld richting de finishlijn en ik alle kanten op.


Wat heerlijk zoals je dat beschrijft.
En zo herkenbaar. Dat we onszelf zo kunnen meten met anderen…
En why? Ja, waarom eigenlijk….
Want verbinding tussen mensen vraagt gelijke niveaus. toch?