Fokko Bosker zoekt naar monumentaal natuurfenomeen

0

Fenomenaal, dat is het eerste wat bij mij opkomt als ik vanuit het tempeltje van kunstenaar Ids Willemsma over het Noarderleech uitkijk. Dreigende wolken komen aangerold vanaf de Waddenzee en lozen hun water boven de vette polders binnendijks. Een regenboog omspant de kwelder, grote groepen brandganzen foerageren op de zilte graslanden.

In het natuurgebied van It Fryske Gea ontvouwde zich in het najaar van 2006 een drama, dat uitmondde in de wonderbaarlijke redding van 150 paarden die verrast waren door een plotselinge stormvloed.

Noard-Fryslân Bûtendyks strekt zich uit van Zwarte Haan tot aan Holwerd en beslaat ettelijke duizenden hectare aan kwelders en zomerpolders waar de dynamiek van het Wad geldt. De natuur heeft het voor het zeggen. Zowel bij het kweldercentrum van It Fryske Gea als aan de voet van de dijk bij het tempeltje beginnen wandelroutes die zich langs de dobben en door de slikvelden slingeren. Buiten het broedseizoen is het zelfs toegestaan te struinen over de boomloze vlakte helemaal naar de Waddenzee met haar geulen, prielen en zandbanken. De Paardendobbenroute die ik als leidraad voor deze reportage gebruik, is gesloten in het broedseizoen, dus tussen 15 maart en 15 juli niet toegankelijk. Niet talmen dus. Op pad.

Land veroveren

Met een wijde boog rijd ik om Leeuwarden heen, richting Marrum en vervolgens naar de zeedijk die hoog oprijst aan de horizon. De boeren droomden ervan om de lagere zomerdijk enkele kilometers verderop richting de Waddenzee op Deltahoogte te brengen. Vanaf 1897 spanden boeren, bestuurders en slikwerkers zich in om stukje bij beetje land op de zee te veroveren.

Na een eerste zomerpolder, volgden er meer, zodat er rond 1937 ongeveer 1100 hectare was bedijkt. Ruim 2200 voetbalvelden bij elkaar, in een blokvormig patroon van evenwijdige greppels omringd door kaden en overal dobben waaruit het vee kon drinken. In 1986 doorbrak de Raad van State de patstelling tussen boeren en natuurbeschermers, de bestaande winterdijk werd verhoogd en de kwelders en slikvelden in het buitendijkse gebied vielen onder een meer natuurlijk regiem. Voor de kustvogels en zilte flora een overwinning.

Terwijl ik de dijk op loop, hoor ik het gakken van ganzen en het ijle geluid van een tureluur. Het zijn de geluiden die bij het Wad passen en die me elke keer weer blij maken. Hoe dichter bij de dijk, hoe droger het wordt. Als ik vanuit de tempel over de vlakte voor me kijk, schijnt de zon en zie ik de veerboot in de haven op Ameland blinken in het felle licht. Dankzij de polaire lucht die over Europa uitstroomt is het helder en kan ik kilometers rondom kijken. De stalen pilaren die het dak van de tempel dragen kaderen het uitzicht en verlenen het diepte en perspectief. Een mooie ode aan een onmetelijk landschap, onstuimig, soms ongenaakbaar en dan weer lieflijk. Een fantastisch uitkijkpunt op de plek waar land en zee elkaar ontmoeten.

De paarden van Marrum

De paardendobberoute belicht de gebeurtenissen die zich op 31 oktober 2006 in de zomerpolder afspeelden. Tijdens een stormnacht sloeg het hoog opgestuwde water over de dijk en zette de kwelders blank. De 150 paarden die er graasden raakten ingesloten en zochten een veilig heenkomen op de ringdijk rond de Ozingadobbe. Daar stonden ze dicht op elkaar gepakt. Ze raakten onderkoeld en hoewel er met bootjes door It Fryske Gea hooi en drinkwater naar de dieren werd gebracht, verdronken er twintig paarden. Een nog grotere ramp dreigde, totdat een amazone uit een nabijgelegen dorp bedacht dat zij en enkele andere amazones de paarden konden redden door de leider van de kudde te halsteren en naar de veilige wal te brengen.

“Filmbeelden van de halfwilde paarden onder dreigende luchten gingen de hele wereld over”

Uiteindelijk bleek het niet eens nodig om het paard eerst te vangen, eenmaal in gezelschap van de bereden paarden volgden zij de zes rijdsters door het water. De reddingsactie en de fraaie foto’s en filmbeelden van de halfwilde paarden onder dreigende luchten, als bootvluchtelingen opeen gepakt in een onstuimige zee, gingen de hele wereld over. Het toonde nogmaals dat de elementen onvoorspelbaar zijn en dat natuurkrachten soms ook onbedoelde neveneffecten kunnen hebben. Een spektakelstuk waarin mens en dier samenspanden en zo het drama dat zich afspeelde in de zomerpolder met een goede afloop bekroonden.

Boomloze vlakte

Als ik mijn weg zoek over het pad door het slik dat zuigt en glibbert voel ik me nietig in de weidse boomloze vlakte. De route begint bij een kunstwerk van Machiel Braaksma,. Hij maakte afdrukken van paardenhoeven in het beton van het toegangspad naar de Ozingadobbe. Op deze plek kwamen de paarden na hun angstig avontuur veilig aan land. De kunsthoeven glinsteren in de zon. In de verte klinkt de branding en terwijl de modder hoog vanonder mijn wandelschoenen opspat gaat een grote groep ganzen op de wieken. Het is net het geluid van een vliegtuigmotor die op toeren komt. ‘Woesj’, klinkt het. Het commentaar is niet van de lucht. Verongelijkt gakken ze tegen elkaar. Gelukkig ben ik niet de enige die het collectief in beweging krijgt, wanneer een kiekendief boven de foeragerende ganzen belangstellend een paar rondjes draait, maakt de groep zich opnieuw uit de voeten om elders verder te grazen.

 “In de dobbe ligt een reusachtige stalen schijf met daarop een digitaal bewerkte afbeelding van de paarden en amazones”

De wolken spelen een fascinerend spel met me. Het ene moment gaat de zon schuil achter een loodgrijze antracietkleurige lucht, vervolgens baadt de polder in een helder licht. Een regenboog boven het Wad weerkaatst in een sloot. Een dobbe weerspiegelt de lucht en vangt witte wolken en het heldere blauw in een rond kader. Links van me zie ik een haas wegspurten, staat even op zijn achterpoten om het gevaar in kaart te brengen en huppelt dan weer verder. Hazen had ik al een hele tijd niet meer gezien, het gaat niet goed met ze. Verderop zie ik er zelfs acht die in een kringetje zitten en vervolgens het hazenpad kiezen.

Ik wandel en glibber naar de Ozingadobbe, waar de paarden drie angstige dagen en nachten doorbrachten. Sinds 2018 ligt er in de dobbe een reusachtige stalen schijf met daarop een digitaal bewerkte afbeelding door Marcel van Luit van de paarden en amazones. Het is alsof paarden en rijdsters uit het water oprijzen en de natuurkrachten overwinnen. Het kunstwerk beweegt mee met de waterstand, en laat zich alleen zien aan de wandelaar. Het open landschap bleef daardoor behouden en wordt in dit werkstuk van Sense of Place benadrukt.

Evenwichtsoefening

Om bij de hoogste dobbe, de Alde dobbe, te komen moet ik eerst over een smal stalen bruggetje over een sloot, voorzien van een vossenkering. Dat vereist een evenwichtsoefening, die ik verderop nog een paar keer moet herhalen. Gelukkig is er een leuning om aan vast te houden. Na drie keer heb ik de smaak te pakken. Vanaf de hoge ringdijk om de grote dobbe heb ik een prachtig uitzicht over het Wad, zeker nu Ameland lang uitgestrekt als een badgast op het strand volop in de zon ligt. Jaarlijks rusten en foerageren 600.000 wad-, kust- en weidevogels in de polders en slikvelden.

Een deel van het gebied is ingericht als kwelder, het staat onder permanente invloed van eb en vloed. Zeekraal, Engels slijkgras, schorrekruid en kweldergras gedijen er. De zomerpolders staan alleen bij extreem hoog water blank, zoals tijdens de oktoberstorm in 2006. Begrazing in de zomer door paarden, koeien en schapen zorgt ervoor dat de vegetatie gevarieerd blijft. Omdat de kans op hoog water in het najaar, winter en vroege voorjaar groot is, is vee alleen toegestaan tussen mei en oktober. In weidevogelgebied zelfs pas vanaf 1 juli. Het meest voorkomend zijn bonte strandloper, brandgans en wulp, maar ook voor de bergeend, pijlstaart, kluut, kievit en krombekstrandloper is het Noarderleech van eminent belang. Tijdens de trek strijken naast de rot- en brandganzen ook smienten massaal neer in de groene vlakte.

Op mijn terugweg naar de zeedijk, met de Waddenzee in de rug, stijgt een groep van zeker vijftig smienten op uit een ondergelopen deel van de polder. Ze maken een rondje. Ik blijk niet de reden van de onrust te zijn. De kiekendief is weer op patrouille. En dat is niet de enige rover die loert op een energierijke snack. Op een paaltje in de luwte van de dijk heeft een havik een uitkijkpost ingericht. Bij mijn nadering vliegt hij laag over de grond naar een verderop staand bord om daar parmantig op plaats te nemen. Dichterbij gekomen zie ik dat de tekst bezoekers vertelt dat in het Noarderleech de natuur het voor het zeggen heeft. Wie dat nog niet begrepen heeft, is wel een hele slechte verstaander.

Zelf eropuit? Kijk hier voor meer informatie over de natuurgebieden van It Fryske Gea.

Tekst: Fokko Bosker
Foto’s: Dico de Klein

Delen:

Reacties